't Olde Karspel - periodiek van de Historische Vereniging De Wijk - Koekange

Herinneringen van Roelof en Harman Drost aan de oorlogsdagen mei 1940 op de Grebbeberg

door Henk van Noord

Op zondagmorgen 13 mei 2007 werd in de morgendienst van de gereformeerde kerk in Berghuizen, in een moment van stilte, het overlijden herdacht van het gemeentelid Harman Drost uit de Wijk. Harman woonde in verzorgingshuis 'Dunninghe', daarvoor aan de Dorpsstraat in de Wijk.
In dit moment van herdenken dacht ik aan onze reis naar de Grebbeberg, samen met zijn tien jaar oudere broer Roelof uit Koekange, in mei 1999. Op die reis, die we met zijn drieën gemaakt hebben, had ik beloofd een historisch verslag te schrijven over de belevenissen van de beide broers in de meidagen van 1940 op de Grebbeberg. Deze belofte ben ik tot mijn schande niet nagekomen. Niet zo mooi natuurlijk. Maar nu zal ik alsnog het verhaal vertellen. Mijn belofte van toen inlossen en Roelof en Harman Drost recht doen voor hun strijd op de Grebbeberg. Helaas te laat voor Harman.


Hun militaire geschiedenis ging als volgt: Roelof is de oudste van de twee broers en nu 96 jaren oud. Hij woont aan de Pr. Magrietlaan in Koekange en slijt zijn dagen met (her)denken en rummicuppen. Hij wordt liefdevol verzorgd door zijn kinderen.
Roelof heeft zijn dienstplicht vervuld in 1930. Als op 28 augustus 1939 de mobilisatie wordt afgekondigd, worden alle lichtingen vanaf 1923 opgeroepen voor militaire dienst, dus ook Roelof. Hij wordt ingedeeld in het derde bataljon van het negentiende Regiment Infanterie, 111-19 RI. Roelof weet niet meer in welke compagnie, maar hij was paardenmenner bij de keukenwagen. Wat het eten betreft zat hij dus op de goede plek. Roelof is dan dertig jaar oud.

Harman komt in 1939 op als dienstplichtig militair en wordt infanterist bij het eerste bataljon van hetzelfde regiment als zijn broer,1-19 RI. Ze zullen elkaar daar ongetwijfeld regelmatig gesproken hebben.
Het negentiende regiment heeft samen met het achtste regiment Nederland verdedigd in een verdedigingslinie op de Grebbeberg bij het stadje Rhenen. Deze beide regimenten hebben het volle gewicht van de strijd tegen het invallende Duitse leger op 10 mei 1940 ondergaan.

Met Harman hebben we de plaatsen bezocht waar zijn bataljon gelegerd was en waar ze opgeleid werden tot soldaat. Dat was in de buurt van Elst, een dorpje bij Rhenen. Harman kon zich nog zeer goed herinneren, dat hij altijd onder de indruk was van het appèl. Elke morgen als daar zo'n ca. 800 soldaten bepakt en bewapend in het gelid stonden, voor aanvang van de oefeningen. De omgeving van Elst is bosrijk en glooiend en ergens in die omgeving stonden een aantal barakken, waarin een gedeelte van de manschappen sliep. Anderen waren ingekwartierd bij burgers thuis, of bij boeren in de omgeving. Uiteraard zorgden inkwartieringen bij mensen thuis voor ongerief voor de bewoners, maar er werden ook vriendschappen gesloten, sommige voor het leven. Onvermijdelijk ontstonden er ook relaties tussen mooie jonge deernes en Jan Soldaat, een twee-eenheid die van alle tijden is.
De winter van 1940 was een strenge. Dit maakte het leven voor de mannen er niet gemakkelijker op. De soldaten moesten zelf aan de stellingen werken en dus dagelijks met schop en houweel in de grond wroeten.
Hoe dan ook, Harman heeft deze periode als indrukwekkend ervaren en het heeft hem nooit meer losgelaten. Hij vertelde mij op boeiende wijze, wat zoal de dagelijkse gang van zaken was wat betreft opstaan, eten en wassen, de dagelijkse exercitie en training enz. Ik kreeg door zijn vertelling een heel goede indruk van het soldatenleven in het Nederlandse leger van voor 1940.
Harman vertelde, dat ze enerzijds wel een gedegen infanterie-opleiding kregen, maar anderzijds - zo constateerde hij achteraf - werden ze niet voldoende voorbereid op wat het betekent als je 'echt' op mensen moet schieten en wat het betekent als je onder vuur komt te liggen, wat het betekent als er granaten ontploffen met enorme klappen, of bommen die uit vliegtuigen worden geworpen en diepe kraters veroorzaken. Ook werden ze er niet voldoende van doordrongen dat de Duitsers echte vijanden waren, vijanden die ook vanuit bomen konden schieten en met messcherpe bajonetten hun tegenstanders overhoop probeerden te steken.
Broer Roelof was als gezegd menner op een keukenwagen bij het derde bataljon en was gelegerd iets ten noorden van Rhenen. Harman werd in de meimaand van 1940 geplaatst met zijn peloton in een voorpost van de Grebbeberg, richting Veenendaal. Een peloton was voor de oorlog een eenheid van 33 man.
Op 10 mei 1940 's morgens om exact 3.55 uur Nederlandse tijd viel Duitsland Nederland aan, niet geheel onverwacht voor de Nederlandse regering en de top van defensie en leger, maar wel volkomen onverwacht voor de manschappen in het veld en voor veel officieren en onderofficieren.

Geschiedschrijver dr. L. de Jong beschrijft deze brute inval op bladzijde 1 van deel 3 van zijn imposante werk over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog op indrukwekkende wijze. Enkele citaten:

'Sinds de oorlogen van de zeventiende en de achttiende eeuw heeft Nederland geen oorlog meer gekend tot het werd getroffen door oorlogsgeweld in de vroege ochtend van 10 mei 1940. Geen oorlog met musket en primitief veldgeschut, maar met gecompliceerde producten der moderne, gemechaniseerde oorlogsindustrie: handgranaten en machinepistolen, mitrailleurs en zware houwitsers, tanks en bommenwerpers. Het was oorlog'.
'… Oorlog verwoest en vernietigt, verrast en verbijstert. Vijandelijke strijdkrachten rukken het land binnen, in de lucht ronken de motoren van vijandelijke vliegtuigen. Overal waar gevechten geleverd worden, weerklinkt een oorverdovend en ondragelijk lawaai. Bij het geratel van machinegeweren voegen zich de dreunen van het geschut, luttele seconden later gevolgd door de explosies der granaten. Bommen gieren omlaag en ontploffen. Van het ene moment op het andere storten huizen, schuren, boerderijen ineen. Fonteinen van zand en modder spuiten op…'.
'… In het peloton wat in dekking ligt, slaan de mortiergranaten in. Hier worden drie, vier man bedolven onder verstikkend zand, daar staren de ogen van dodelijk getroffen makkers, anderen kreunen en op hun tuniek verschijnen opeens grote rode bloedvlekken…'.
'… Tijdens het gevecht slaat de dood als de bliksem in: even onverwachts, even vernietigend…'.


Dit is ook het verbijsterende scenario dat Roelof en Harman Drost op 10 mei 1940 hebben moeten ondergaan en doorstaan.
De troepen, gelegerd in de Grebbebergstelling bij Rhenen, hebben het zwaar gehad. Daar werd drie dagen lang een zeer zware veldslag geleverd ter verdediging van het Nederlandse grondgebied.
Wat er op de Grebbeberg is gebeurd, heeft op degenen die het meegemaakt hebben een zeer diepe en blijvende indruk gemaakt. Voor de meesten tot aan het eind van hun leven.

Terug naar de gebroeders Drost en hun wedervaren.
Op zaterdag 11 mei kreeg Harman, gelegerd in een voorpost, het volle gewicht van de oorlog over zich heen. Ze werden aangevallen, eerst door zwaar Duits artillerievuur, maar dat werd geneutraliseerd door uitstekend terugvuren van de Nederlandse artillerie. Daarna werden ze bestookt door Duitse infanterie; die werd op afstand gehouden, mede door terugvurende mannen van Harmans peloton. Elf en twaalf mei kenmerkten zich door veel vuurcontacten. Van slapen kwam niet veel terecht, aanvoer van eten was er ook niet bij. In de avond van 12 mei kregen de Nederlandse troepen bevel om terug te trekken in de richting van Elst, vanwege de zeer zwaar toegenomen druk van de Duitse troepen. In het donker van de nacht gelukte het Harman met de jongens van het peloton om weg te komen uit de verschrikking van de veldslag en in goede orde de terugtocht te aanvaarden, richting Elst. Maar op 13 mei kwamen ze achter de Grebbelinie in de maalstroom terecht van vluchtende Nederlandse troepen, die zwaar gedesillusioneerd en getraumatiseerd in opperste verwarring wegvluchtten.
Dat gebeurde na het ondergaan van een zware Duitse luchtaanval van plm. 27 Stuka's, duikbommenwerpers die met hun jankende geluid en zware ontploffende bommen onze troepen ernstig troffen. Hier wreekte zich het ontbreken van voldoende modern luchtafweergeschut en dat gaf - heel begrijpelijk - onze militairen een machteloos gevoel. Harman en zijn peloton trokken in redelijk goede orde terug. Maar in de bossen bij Elst werden ze plotseling overvallen door Duitse SS-infanteristen. De oververmoeide mannen zagen geen kans meer voor verweer en gaven zich over.
In 1998 was ik met Harman en Roelof op de plek in het bos waar Harman gevangen genomen werd. Harman vertelde toen: "We liepen met zo'n 100 soldaten richting Amerongen, toen er plotseling in de bosrand zes zwaar bewapende Duitse SS-soldaten met zwart geschilderde gezichten opdoken die ons sommeerden om onze wapens neer te gooien en ons over te geven. We waren zo verrast dat we het bevel prompt uitvoerden. En ik snap nu nog niet dat wij met zo'n 100 man die zes soldaten niet neergeschoten hebben. Daaruit blijkt dat wij eigenlijk niets van oorlogvoeren en vechten begrepen. Maar we waren ook zwaar vermoeid. We hadden drie dagen en nachten niet geslapen en we waren aan het einde van ons Latijn", aldus Harman. Ze werden ontwapend en onder veel geschreeuw en gebrul naar een centrale plaats gedreven. Omdat Harman ofwel niet snel genoeg zijn wapen weggooide ofwel niet snel genoeg liep of vanwege nog iets anders, kreeg hij vrij onverwacht een harde klap in zijn gezicht van een Duitse soldaat. Harman zegt dan tegen mij: "Ik zie nog zo het gezicht van die soldaat die mij die klap gaf. Als hij nog leeft en ik ontmoet hem, dan zal ik hem nu nog vragen waarom hij dat deed". Hiermee gaf Harman tegenover mij uiting aan de machteloosheid die hij en alle gevangengenomen soldaten voelden bij de vernedering van verslagen te zijn.
Harman en zijn lotgenoten werden als krijgsgevangenen afgevoerd naar een kamp een eindje over de grens in Duitsland. Een dag later doet er zich een bijzondere verrassing voor: hij ziet zij broer Roelof ook als krijgsgevangene het kamp binnenmarcheren!

Roelof heeft de slag meegemaakt in de stoplijn ongeveer een kilometer ten noordoosten van Rhenen. Het derde bataljon van het negentiende Regiment heeft daar tot 13 mei schermutselingen gevoerd met Duitse eenheden. Op 13 mei hebben ze, na zware gevechten achter de inkeping van de spoorlijn Rhenen - Veenendaal, bij het platgebrande Rhenen, het volle bombardementsgeweld van de Duitse Stuka's over zich heen gekregen. Wat ik begreep van Roelof, is dat paarden met wagens en al op hol sloegen en dat hij de handen vol had om de zaak weer rustig te krijgen. Daarbij kwam de doodsangst, door het verschrikkelijke geluid van de jankende Stuka's en het exploderen van bommen, het geratel van vliegtuigmitrailleurs en het continu inslaan van Duitse artilleriegranaten. Het was een hel! Ergens in de richting van Amerongen werd Roelof gevangengenomen en als gezegd de volgende dag met broer Harman herenigd in een Duits gevangenkamp net over de grens bij Arnhem. Voor beide broers een prettige verassing. Ze zouden de rest van hun gevangenschap met elkaar optrekken.

De meeste Nederlandse krijgsgevangenen worden, per trein, afgevoerd naar een krijgsgevangenkamp in Oraniënburg, ten noorden van Berlijn. Daar worden ze zes weken vastgehouden, onder slechte omstandigheden. De barakken zijn vergeven van de luizen en andere parasieten, maar de gevaarlijkste parasieten zijn de Duitse gevangenbewaarders. Het eten is ronduit slecht en veel te weinig voor gezonde jonge kerels. Roelof griezelt nog als hij denkt aan het dagelijkse kommetje koolsoep dat ze kregen.

Na deze ellendige zes weken mogen de broers naar huis, net als alle Nederlandse krijgsgevangenen. Op het station in Hengelo komen ze in het vaderland aan. Van daaruit wordt er telefonisch bericht gestuurd naar de ouders in Weerwille, dat hun zoons veilig op Nederlands grondgebied zijn. In 1940 is er nog een station in Koekange. Daar arriveren de mannen met de stoptrein. Ze worden door ome Roelof Kraal en zijn zoon Lucas opgehaald en achter op de fiets in triomf naar Weerwille gereden. Veel mensen kwamen hun huizen uit om de jongens te zien en te feliciteren met hun veilige terugkomst. Toen de vader van de jongens, de veehouder Lucas Drost, die op het land aan het mest verspreiden was, hoorde dat zijn zoons levend en wel teruggekeerd waren uit de oorlog, liet hij hevig geëmotioneerd zijn gereedschap vallen en spoedde zich naar huis. Roelof is dat nooit vergeten en het emotioneert hem na meer dan 67 jaar nog steeds. Sterk vermagerd maar blij te leven hebben de broers hun leven weer opgepakt.

Herdenken
Jongens als Roelof en Harman Drost hebben, door abnormale omstandigheden, iets meegemaakt wat ze voor de rest van hun leven niet meer kwijtraken. Vooral Harman is vaak terug geweest op de plaatsen waar het zich heeft afgespeeld. Iedereen die op 10 mei 1940 soldaat is geweest, vergeet dat nooit weer. Wat die plm. 3000 soldaten daar op die Grebbeberg hebben meegemaakt en doorstaan, kan iemand die het niet heeft meegemaakt, niet begrijpen. Het is door diegene die er bij was ook niet over te brengen. Dat geeft hem vaak een machteloos gevoel. Dan denken ze meestal "Ach, laat ook maar zitten".
De oorlog die de Indiëgangers hebben gevoerd, wordt jaarlijks herdacht. Ook op Koekange, en terecht.
Ik wil hier toch ook wijzen op deze jongens, die bij de verdediging van de Grebbeberg hun leven op het spel gezet hebben onder omstandigheden waarop ze slecht waren voorbereid en tegen niet zo maar een vijand: het toen oppermachtige Nazi-Duitsland.
Dat wij de opofferingen van deze beide jongens uit de buurtschap Weerwille niet vergeten.

Nog een getuigenis
Ongeveer een jaar na het bezoek aan de Grebbeberg sprak ik telefonisch met de heer Vlot uit Wanneperveen, vader van de gebroeders Vlot die bekend stonden als verdienstelijke wielrenners. Ook hij had gelegen in de Grebbelinie, in de buurt van Veenendaal. Hij vertelde me dat hijzelf niet bij gevechtshandelingen betrokken was geweest, maar dat ze de strijd, die drie dagen en nachten op de Grebbeberg woedde, zeer duidelijk hadden kunnen horen en en dat die hun de rillingen op het lijf had bezorgd. Hij zegt hierover:
'Het enorme vuren van knetterende mitrailleurs, het dreunen van zware artillerie, het inslaan van granaten en de luchtaanvallen van Duitse bommenwerpers op de berg gaf een verschrikkelijk angstig gevoel wat je nooit weer kwijtraakt. We hadden met de jongens te doen die midden in die hel verkeerden en baden dat het ons gespaard mocht blijven'.

Ooggetuigen van het slagveld, na de slag
Ik citeer uit het boek van E.H. Brongers "GREBBELINIE 1940"

'Het Grebbeleger keerde terug naar de linie die het 4 dagen lang had verdedigd. De gesneuvelden moesten verzameld en begraven worden; de stellingen geslecht.
Tot de eersten die het nu stil geworden slagveld betraden behoorden de journalisten G.Kramer en G. Ballintijn. In de morgen van de vijftiende mei bezochten zij de Grebbeberg en gaven hun indrukken in het Twentse dagblad Tubantia weer. Hier volgen enkele passages uit hun bewogen relaas:…
We bereiken Wageningen en dan zien we voor de eerste maal een oorlogsverwoesting in het groot…. De plaats heeft precies in de vuurlijn van de Nederlandse artillerie gelegen. Overal verwoeste, in puin gevallen huizen.
Hier en daar laaien nog vlammen tussen de ru´nes op. Het slagveld van de Grebbeberg biedt in al zijn verlatenheid een schokkende aanblik. Ongeveer op het hoogste punt gaan we naar rechts. Wat we nu zien leent zich niet voor een uitvoerige beschrijving. We ontbloten het hoofd, want hier liggen in hun veldgrijze uniformen onze mannen…. Een diepe huivering doortrilt ons wanneer we kijken in hun verstarde gezichten. Zij gaven alles wat ze hadden voor een rechtvaardige zaak en op dit droeve ogenblik voelen wij het als een dure plicht om met de krachten waarover wij beschikken mee te strijden aan de bevrijding van het vaderland. Aan alles kunnen we zien dat hier gevechten van man tegen man in al hun verschrikkingen zijn gevoerd. Op verschillende plaatsen bevinden zich langs de weg nog kanonnen, omringd door hulzen van de verschoten granaten en munitieresten van beide partijen. Naast de kanonnen liggen hier en daar de gesneuvelde bedieningsmanschappen en in de nabijheid de lijken van de paarden. Overhoop geschoten auto's, wagenresten, totaal vernielde fietsen en motorrijwielen bij tientallen langs de weg. En overal zien we onze dode helden, die het devies "Het Vaderland getrouwe, blijf ik tot in den doet" hebben opgevolgd. Mitrailleurtrommels, technische hulpmiddelen, materiaal, verbandmiddelen, van alles ligt hier nog, achtergelaten toen de terugtocht een aanvang nam. Gesneuvelde Nederlanders en Duitsers naast elkaar, omringd hier en daar door de scherven van de handgranaten… Bij een mitrailleurnest vinden we een volledige aanwijzing voor het bedienen van een machinegeweer. De sergeant die hier het bevel voerde, ligt in de onmiddellijke nabijheid. Overal granaatscherven, stukken metaal, in het schootveld tientallen paarden en koeien, er tussenin, buiten de stelling, hier en daar een lichte mitrailleur, ernaast de bedieningsmanschappen. De aanblik is ontzettend…'



Roelof heeft mij verteld, dat hij veel gesneuvelde soldaten heeft gezien: hij stapte over de lijken heen. Het heeft hem zo aangegrepen dat hij ook nu nog, op 96-jarige leeftijd, er niet over praten wil of praten kan. Wat mij is opgevallen in mijn gesprekken met de vrouwen en kinderen van Roelof en Harman Drost is, dat ze er thuis nooit over gesproken hebben. Vermoedelijk hebben ze er hun vrouwen, kinderen en verdere familieleden niet mee willen belasten. Door mijn interesse voor hun belevenissen en doordat ik tien jaar geleden met de mannen het slagveld bezocht heb, heeft met name Harman er tegen mij toch veel over willen vertellen.

Ten slotte
Ik ken verder niemand uit de Wijk en Koekange die er bij geweest is, op één na die ik goed gekend heb en hier ook noemen wil: de inmiddels overleden Roelof Steenbergen, vader van onder andere Roelof junior en Adri, beide woonachtig in de gemeente De Wolden. Mocht er iemand in deze contreien zijn die het ook heeft meegemaakt en zijn ervaringen graag kwijt wil of verbeteringen of aanvullingen heeft op mijn verhaal, kan contact met mij opnemen.

Henk van Noord, tel.: 0522-451817


*****